Amsterdam Research Institute for Legal Studies

Publicaties

Bonger Instituut

Publicaties van het Bonger Instituut omvatten o.a. artikelen in internationale peer-reviewed tijdschriften, boekhoofdstukken en wetenschappelijke rapporten.

Recente publicaties

In Antenne 2017 worden trends in het Amsterdamse uitgaansleven en de daarmee samenhangende ontwikkelingen in middelengebruik beschreven aan de hand van een panelstudie en een survey onder clubbers en festivalgangers. Het middelenrepertoire in de trendsettende netwerken en scenes van het uitgaanspanel kan aanzienlijk verschillen. Ecstasy is (na alcohol) het belangrijkste uitgaansmiddel. Het gebruik van stimulantia (ecstasy, cocaïne en amfetamine) is onderling inwisselbaar. De keuze voor een van deze middelen hangt samen met het (feest)moment en de setting. Ruim 600 uitgaanders (clubbers en festivalgangers) deden mee aan een survey. Tabak, alcohol, cannabis, lachgas en ecstasy zijn de middelen die zij het meest gebruiken. Cocaïne, amfetamine, ketamine, ghb en 4-fa worden ook gebruikt, maar wat minder. Onder uitgaanders is er een bescheiden belangstelling voor Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS). Naast uitgaanders gaat Antenne 2017 over kwetsbare buurtjongeren in Amsterdamse volkswijken. Voor deze jongeren zijn vooral alcohol, cannabis en lachgas aantrekkelijke middelen.

Nabben, T., Luijk, S.J., & Korf, D.J. (2018) Antenne 2017.​ Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers. 

De Wet OM-afdoening geeft de officier van justitie de bevoegdheid om strafbeschikkingen uit te vaardigen in het geval van overtredingen en misdrijven die met maximaal zes jaar gevangenisstraf worden bestraft. De strafbeschikking wordt opgelegd zonder tussenkomst van de rechter. In opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie voerde de afdeling Strafrecht in samenwerking met het Bonger Instituut een evaluatieonderzoek uit naar de Wet OM-afdoening. Het doel van de evaluatie was om te beschrijven of de wet conform de doelstellingen van de wetgever wordt uitgevoerd en welke knelpunten zich in de praktijk voordoen. Een belangrijk onderdeel van dit onderzoek bestond uit het krijgen van meer inzicht in de veronderstelde werking van de Wet OM-afdoening. Daarnaast is ook de daadwerkelijke werking van de wet onderzocht en is beoordeeld in hoeverre de praktijk afwijkt van de doelstellingen en de verwachtingen van de wetgever.

 

Abels, D., Benschop, A., Blom, T., Coster van Voorhout, J., Korf, D.J., Liebregts, N., & Vriend, K. (2018). Evaluatie Wet OM-Afdoening. Amsterdam: Rozenberg Publishers.

In 2017 is de methodiek van Antenne (die al vijfentwintig jaar in Amsterdam wordt gebruikt) voor het eerst ook toegepast in een andere regio, namelijk Gooi en Vechtstreek. Om zicht te krijgen op het gebruik van tabak, alcohol en andere drugs onder jongeren en jongvolwassenen in de regio is gebruikgemaakt van kwalitatieve en kwantitatieve methoden. Door middel van een focusgroep met professionals is een kwalitatieve inventarisatie gemaakt van het middelengebruik onder groepen jongeren in Gooi en Vechtstreek. Om precieze cijfers te kunnen leveren over het middelengebruik is een survey onder uitgaanders gehouden. Ook zijn gegevens van de drugstestservice van Jellinek Preventie Gooi en Vechtstreek geanalyseerd. Tabak, alcohol en cannabis zijn de middelen die uitgaanders het meest gebruiken. Het gebruik van ecstasy, amfetamine en cocaïne ligt een stuk lager. Voor, tijdens en na het uitgaan in de feestcafés en clubs wordt er vooral gedronken en gerookt.  

 

Luijk S.J., Nabben T. & Korf D.J. (2018) Antenne Gooi en Vechtstreek 2017. Het gebruik van alcohol, tabak en drugs onder jongeren en jongvolwassenen in de regio. Amsterdam: Bonger Instituut voor Criminologie.

Een aangifte van een strafbaar feit door een burger leidt vaak niet tot een strafvervolging. De officier van justitie kan beslissen dat de zaak niet aan de rechter wordt voorgelegd, maar wordt geseponeerd. Tegen deze beslissing kan de belanghebbende zich op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering beklagen bij het gerechtshof. Dit boek bevat een verslag van een onderzoek naar de praktijk van deze beklagprocedure en de kwaliteit van het werk van het Openbaar Ministerie. 
De centrale vraag in het onderzoek is of het werk van het Openbaar Ministerie in de beklagprocedure beantwoordt aan de kwaliteitseisen die daaraan mogen worden gesteld. Relevante informatie is verkregen door een kwantitatieve analyse van beklagzaken over de jaren 2010-2014, een uitvoerig dossieronderzoek en interviews met functionarissen die betrokken zijn bij de afhandeling van beklagzaken.

Benschop, A., Korf, D.J., De Meijer, M.E., Simmelink, J.B.H.M., Willemsen, A.W.A. (2018). Beklag over niet vervolgen: Hoe gaat het Openbaar Ministerie om met art. 12 Sv-zaken? Den Haag: Boom Juridisch.

 

Voor dit Bonger Bulletin onderzochten we in hoeverre legale status, prijs en beschikbaarheid een rol speelden in het gebruik van 4-FA voordat het middel in mei 2017 werd opgenomen in de Opiumwet.

Benschop, A. & Korf, D.J. (2018). Is te verwachten dat de strafbaarstelling van 4-FA van invloed is op gebruik? Amsterdam: Bonger Instituut.

 

In dit rapport wordt verslag gedaan van een nadere verkenning van lachgasgebruik in Nederland. Daarvoor is in 2017 onderzoek gedaan, deels kwalitatief (interviews met professionals en veldonderzoek onder gebruikers en naar de verkoop van lachgas) en deels kwantitatief (analyse van gegevens over lachgasgebruik uit recente surveys onder verschillende bevolkingsgroepen en een vervolgsurvey onder uitgaanders die lachgas gebruiken).

Nabben, T., Van der Pol, P. & Korf, D.J. (2017). Roes met een luchtje. Gebruik, gebruikers en markt van lachgas. Amsterdam: Rozenberg Publishers.

 

4-Fluoramfetamine (4-FA) is een middel dat in korte tijd opkwam en veel stof deed opwaaien. Was ecstasy al jaren onbetwist nummer 1 van de uitgaansdrugs onder festival- en clubgangers, met het verschijnen van 4-FA op de Nederlandse drugsmarkt leek de concurrentie te zijn ingezet. Bestaande monitoringinstrumenten signaleerden in afgelopen jaren niet alleen een toenemende populariteit van 4-FA maar ook (in het kielzog hiervan) een toenemend aantal gezondheidsincidenten, die een opmaat waren voor een verbod op 25 mei 2017. Deze verkenning brengt het gebruik, de gebruikers en de ervaren gezondheidseffecten van 4-FA nader in beeld om preventie, beleid en onderzoek verder invulling te geven.

Van der Pol, P., Nijkamp, L., Nabben, T. & Van Laar, M. (2017). 4-FA. 4-Fluoramfetamine: gebruikers en gebruik in beeld. Utrecht/Amsterdam: Trimbos-instituut & Bonger Instituut voor Criminologie.

 

Het eindverslag van de NPS-t studie geeft de resultaten weer van de survey onder meer dan 3.000 NPS-gebruikers uit 6 landen. Resultaten omvatten gebruikspatronen, gebruikersprofielen, aanschaf, marktdynamiek en preventie. Dit rapport belicht de verscheidenheid in typen NPS-gebruikers en tussen landen.

Benschop, A., Bujalski, M., Dabrowska, K., Demetrovics, Z., Egger, D., Felinczi, K., Henriques, S., Kalo, Z., Kamphausen, G., Korf, D.J., Nabben, T., Silva, J.P., Van Hout, M.C., Werse, B., Wells, J., Wieczorek, L. & Wouters, M. (2017). New Psychoactive Substances: transnational project on different user groups, user characteristics, extent and patterns of use, market dynamics, and best practices in prevention. NPS-transnational Project (HOME/2014/JDRU/AG/DRUG/7077).

 

This study was designed to explore the nature and features of cannabis festivals, characteristics of festival participants, and reasons for attendance. A field study in two European cities (Amsterdam and Berlin) included participant observation at the festivals, interviews with local organizers, and a survey among festival attendees (n = 728). Both festivals had common features, but also showed distinct differences. At both festivals, nine out of 10 participants were current, often daily cannabis users. Participants were mainly young adults (mean = 26.2 years), but younger in Berlin than in Amsterdam. Common reasons for festival attendance were “protest/activism” and “entertainment.” Protest/activism was more likely in Berlin, among daily cannabis users, and participants aged 25+ years. Entertainment was more likely in Amsterdam, among non-daily cannabis users, and participants younger than 25 years. Although similar in political aim, cannabis festivals are characterized by distinctive local features, as well as differences in attendee profile and reasons for festival participation. Findings suggest that the latter differences are driven by differences in cannabis policy, with a stronger tendency towards protest/activism in countries with a less liberal, or more restrictive, cannabis policy. Future research should include more countries, representing a wider variation in cannabis policies.

Skliamis, K. & Korf, D.J. (2017). An Exploratory Study of Cannabis Festivals and Their Attendees in Two European Cities: Amsterdam and Berlin. Journal of Psychoactive Drugs 00(0): 1-9.

[DOI: 10.1080/02791072.2017.1380869] 

 

By tradition, the human trafficking discourse focuses on cross-border sex trafficking from impoverished countries to countries with a high standard of living. This article explores whether identified trafficking in the Netherlands corresponds to this. We introduce a model that identifies all possible trafficking situations, and with this, intends to prevent tunnel vision and identify blind spots. Subsequently, we analyze 768 trafficking cases identified by the Dutch Public Prosecution Service (2008-2012) and categorize each case according to our model: by form of exploitation and route of trafficking. The data show that (near-)domestic sex trafficking where victims are not pushed out of impoverished countries, but are recruited on native (or neighboring) soil, is the human trafficking situation most commonly identified.

Kragten-Heerdink, S.L.J., Dettmeijer-Vermeulen, C.E. & Korf, D.J. (2017). More Than Just “Pushing and Pulling”: Conceptualizing Identified Human Trafficking in the Netherlands. Crime & Delinquency 00(0): 1-25.

[DOI: 10.1177/0011128717728503]

 

Aims: To evaluate the consequences of criminalising khat, with a focus on the changes in law enforcement and the use, availability, price and quality of khat in the Netherlands. Methods: Mixed methods, including law enforcement data, expert interviews, focus group interviews with members of the Somali community, and a survey among 168 current (last month) khat users. Findings: Soon after the law changed (early in 2013), and khat had become an illicit drug, much of the khat imported from Africa was confiscated at Schiphol International Airport and users found it more difficult to obtain fresh khat leaves. About two years after the ban had been implemented, the price of fresh khat at user lavel had increased tenfold on average, and much of it was of poorer quality (e.g. sold in dried or powdered form). Conclusion: Criminalisation of khat in the Netherlands had substantial consequences for the distribution chain (transcontinental import by air) and there was a lach of alternative transportation routes that could supply users with fresh khat. It is highly likely that the total number of Somali khat users in the Netherlands dropped, but that the proportion of dependent and poor, "problem users" increased.

Nabben, T. & Korf, D.J. (2017) Consequences of criminalisation: the Dutch khat market before and after the ban. Drugs: Education, Prevention and Policy 24(4): 332-339.

[DOI: 10.1080/09687637.2017.1338669]

 

Korf, D.J., O'Gorman, A. & Werse, B. (2017) The European Society for Social Drug Research: a reflection on research trends over time. Drugs: Education, Prevention and Policy 24(4): 321-323.

[DOI: 10.1080/09687637.2017.1346061]

 

In Nederland wordt de verkoop van cannabis in coffeeshops gedoogd als voldaan is aan bepaalde criteria. In 2012 kwamen er twee gedoogcriteria bij: het besloten club- en het ingezetenencriterium (de 'wietpas'). Gepland was een fasegewijze invoering: eerst in het zuiden, later in de rest van het land. Dit bood de mogelijkheid tot een natuurlijk experiment. In een experimentele groep van zeven gemeenten in het zuiden en een vergelijkingsgroep in de rest van het land zijn voor- en nametingen verricht van de ervaren overlast rond coffeeshops, het drugstoerisme, het aantal bezoeken aan coffeeshops en de omvang van de illegale gebruikersmarkt. Hierin traden na de implementatie van de nieuwe criteria substantiële veranderingen op in de experimentele groep. Initiële verschillen tussen de twee groepen en uiteenlopende lokale implementatie maakten het echter problematisch te concluderen dat dit effecten waren van de nieuwe criteria. In dit artikel wordt nu onderzocht of de gevonden veranderingen niet toch causaal toegeschreven kunnen worden aan de nieuwe criteria. De conclusie is dat de onderzoeksopzet dat ondanks de methodologische manco's toelaat en dat de veranderingen werden veroorzaakt door de nieuwe criteria.

Van Ooyen-Houben, M.M.J., Bieleman, B., Korf, D.J., De Witte, K. (2017) Het besloten club- en het ingezetenencriterium voor coffeeshops: Een natuurlijk experiment. Tijdschrift voor Criminologie 59(1-2): 10-29.

[DOI: 10.5553/TvC/0165182X2017059102002​]

 

In deze rapportage van het NPS-transnational team geven acht experts hun visie op de NPS markt in Nederland.

Wouters, M. & Nabben, T. (2017) National Report on New Psychoactive Substances Expert Interviews in the Netherlands. NPS-transnational Project (HOME/2014/JDRU/AG/DRUG/7077).

 

Dit country report geeft een overzicht van de NPS-situatie op het gebied van definities, beleid, wetgeving, markt en preventie in Nederland.

Wouters, M. & Nabben, T. (2017) Country report on New Psychoactive Substances in the Netherlands. NPS-transnational Project (HOME/2014/JDRU/AG/DRUG/7077).

 

In Antenne 2016 worden trends in het Amsterdamse uitgaansleven en de daarmee samenhangende ontwikkelingen in middelengebruik beschreven aan de hand van een panelstudie onder trendsetters en een survey onder mbo-studenten.
Tabak, alcohol en cannabis zijn de middelen die mbo-studenten, naast energydrinks, het meest gebruiken. Het gebruik van ecstasy, cocaïne, amfetamine en 4-fa ligt een stuk lager. Voor vrijwel alle middelen geldt dat hoe ouder de mbo-studenten zijn, hoe groter de groep die tegenwoordig gebruikt. 
Lachgas is populair onder uiteenlopende groepen jongeren en jongvolwassenen. Bij de mbo-studenten zijn er bij lachgasgebruik nauwelijks verschillen naar geslacht, leeftijd of etnische achtergrond.
Over het geheel genomen lijkt het middelengebruik onder trendsetters de laatste jaren te stabiliseren, maar met de komst en populariteit van 4-fa en lachgas is het drugspalet verder uitgebreid. 

Nabben, T., Luijk, S.J., Benschop, A. & Korf, D.J. (2017) Antenne 2016.​ Trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. Amsterdam: Rozenberg Publishers. 

 

Gepubliceerd door  Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Bonger Insituut

24 september 2018