Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Tijdens de vergadering van het VN-Kinderrechtencomité op 27 mei 2015 in Genève werd het recent verschenen CCRA-onderzoek ‘De toepassing van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind’ aangehaald.

Directeur-generaal van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Angelique Berg, verwees tijdens de VN-vergadering naar het CCRA-onderzoek om te illustreren dat er vooruitgang geboekt wordt bij de implementatie van het Verdrag in de Nederlandse rechtspraak. Uit het onderzoek kwam onder meer naar voren dat er steeds vaker een beroep wordt gedaan op het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) in de Nederlandse rechtszalen.

Rapportage aan de VN

De terugkerende VN-vergadering van het VN-Kinderrechtencomité met vertegenwoordigers van de vier landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden is een van de vereisten voor Vedragslanden. Met de ratificatie van het Verdrag heeft Nederland zich vanaf de inwerkingtreding in 1995 conform artikel 44 lid 1 sub b IVRK verplicht iedere vijf jaar te rapporteren over de vooruitgang die is geboekt onder meer ten aanzien van ‘het genot’ van de in het IVRK vastgelegde rechten.

Het VN-Kinderrechtencomité

Aan de hand van de vijfjaarlijkse rapportage voelt het VN-Kinderrechtencomité vertegenwoordigers van de regeringen van de vier landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden aan de tand over het gevoerde kinderrechtenbeleid tijdens een eveneens vijfjaarlijkse vergadering in Genève.  Tot nu toe zijn er vier rapportages en vergaderingen met het Koninkrijk der Nederlanden geweest (de eerste rapportage na de inwerkingtreding geschiedde na twee jaar ingevolge van artikel 44 lid 1 sub a). De controlebevoegdheid van het Comité is geregeld in artikel 43 e.v. IVRK. Het VN-Kinderrechtencomité bestaat, conform artikel 43 IVRK, uit tien verkozen deskundigen op basis van onder meer geografische spreiding. Veelal zijn Comité-leden juristen, wetenschappers en diplomaten.

'Concluding observations'

Het Comité doet verslag van zijn bevindingen in zijn ‘Concluding observations’, die daags na de vergadering worden gepubliceerd. Dit is vastgelegd in artikel 45 sub d IVRK. In dit document doet het Comité ook aanbevelingen ter verbetering van de (rechts)positie van kinderen in de verdragslanden. De Concluding Observations naar aanleiding van de vergadering van 27 mei 2015 zijn hier te downloaden.

Onderzoek van het CCRA

In de derde landenrapportage aan het VN-Kinderrechtencomité deed de Nederlandse regering de toezegging dat het vanaf 2003 jurisprudentieonderzoek naar de toepassing van het IVRK zou plegen. Dat onderzoek zou bovendien regelmatig worden aangevuld en geactualiseerd. Naar aanleiding van die toezegging verkreeg het CCRA de opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een jurisprudentieonderzoek over de periode 1 september 2002 tot 1 september 2011 te verrichten. De Staatssecretaris van dit ministerie is verantwoordelijk voor het jeugdbeleid in Nederland.

Inmiddels heeft het CCRA in opdracht van het ministerie van VWS ook een tweede onderzoek verricht over de periode 1 september 2011 tot 1 september 2014. Dit onderzoek heeft in navolging van het eerste onderzoek geresulteerd in een publicatie die op 22 januari 2015 is overhandigd aan Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS.

Het CCRA-onderzoek kwam ter sprake naar aanleiding van de door het Comité uitgesproken zorg dat het IVRK, het hoorrecht van artikel 12 in het bijzonder, bij Nederlandse rechters te weinig bekend is en nog steeds te weinig wordt toegepast in de Nederlandse rechtspraak. D-G Berg haalde het CCRA-onderzoek aan om te illustreren dat het IVRK steeds vaker een rol speelt in de rechtspraak en dat er wel degelijk aan gewerkt wordt om het IVRK meer bekend te maken bij rechtbanken en de advocatuur.