Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Op uitnodiging van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport presenteerden op 24 maart jl. onderzoekers van het Centre for Children's Rights Amsterdam het tweede jurisprudentieonderzoek over de toepassing van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind in de Nederlandse rechtspraak.

De presentatie vond plaats tijdens een expertmeeting met vertegenwoordigers van diverse ministeries en jeugdbelangenorganisaties. De onderzoekers gingen ieder kort in op de deelonderzoeken. Daarbij lichtten zij de meest belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak toe aan de hand van concrete voorbeelden.

CCRA-oprichter en -coördinator mr. dr. Coby de Graaf besprak de toepassing van het IVRK in personen-, familie- en civiele jeugdzaken. Zij deed dat onder andere aan de hand van het belang van de herinvoering van de tweejaarstermijn bij uithuisplaatsingen in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel en de grote rol die het IVRK daarbij speelt.

Mr. Esther Polhuijs behandelde het vreemdelingen- en sociaalzekerheidsrecht. Zij besprak de doorwerking van artikel 3 IVRK en het oordeel van de Raad van State dat de rechter steeds - terughoudend - dient te toetsen of het bestuursorgaan zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind. Verder kwam aan bod artikel 2 IVRK en het onderscheid dat gemaakt wordt ten aanzien van het Kinderpardon waardoor sommige kinderen daar wel en sommige kinderen daar niet onder vallen. Ook besprak zij de gunstige invloed van artikel 37 IVRK voor jonge kinderen in vreemdelingenbewaring. Voor wat betreft de toepassing van het IVRK in sociaalzekerheidszaken ging zij in op de ouderlijke verantwoordelijkheid en het recht op kinderbijslag voor personen zonder rechtmatig verblijf.

Mr. drs. Livia Schäperkötter nam de toepassing van het IVRK in overige bestuurszaken voor haar rekening en besprak de weerstand jegens het hoorrecht van artikel 12 IVRK, de doorwerking van artikel 3 voor wat betreft de ouderbijdrage bij jeugdzorgkinderen en het misbruik door volwassenen van het IVRK.

Mr. Nienke van der Meij behandelde de toepassing van het IVRK in jeugdstrafrechtzaken. Zij ging in op perikelen rondom de redelijke termijn en de afgifte van DNA door minderjarigen. 

Coby de Graaf sloot de presentaties af met een slotwoord waarin zij onder meer een pleidooi hield in de richting van de wetgevingsjuristen in de zaal voor het invoeren van een zogenoemde kinderrechtentoets. Nu lijkt immers de wetgever aan zet. Rechter en advocaat hebben blijkens de verrichte onderzoeken naar de toepassing van het IVRK al een gerede bijdrage geleverd. 

Seminar 

Voor geïnteresseerden uit de rechtspraktijk, belangenorganisaties en (jeugd)medewerkers van de ministeries organiseert het CCRA op vrijdagmiddag 12 juni a.s. in samenwerking met het Eggens Instituut een seminar met diverse deskundigen en de onderzoekers over de resultaten van het onderzoek naar de toepassing het IVRK in de Nederlandse rechtspraak.

Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via de site van het Eggens Instituut.

Meer informatie over het onderzoek vindt u op www.uva.nl/ccra.